|

| projectgegevens |
| situering |
Grote Appelstraat, Haacht |
| opdrachtgever |
Vzw Rozemarijn |
| architect |
A33 |
| studiebureaus |
LISST (stabiliteit), Heedfeld (technieken), FI Safety Consult (VC en EPB) |
| opdracht |
Nieuwbouw tehuis voor niet-werkenden, verblijfcentrum voor 20 personen met een handicap en een dagcentrum |
| uitvoering |
2010-2011 |
| kostprijs |
2.400 000, 00 euro excl. BTW en erelonen |
Inplanting Het programma van het gebouw en zijn specifieke gebruikers vragen om een gebouw over één, gelijkvloerse bouwlaag; door de gelijkvloerse oplossing en de nood aan voldoende licht in alle ruimtes ontstaat er een vrij uitgestrekt gebouw. Het gebouw "meandert" mee met de straten om de bouwdiepte (vanaf de straat te rekenen) zoveel mogelijk te beperken, hetgeen een stedenbouwkundige eis was; o.a . daardoor krijgt het gebouw een dynamische vorm.
Uitzicht Het gebouw geeft geen statische indruk; in het dynamische uitzicht spelen verschillende elementen mee:
- De meanderende vorm aan de straatzijde
- De gelaagdheid van het gebouw: er zijn terugliggende delen in de voorgevel (overdekte buitenruimte) en er zijn verschillende hoogtes, gelegen in verschillende vlakken, die een zichtbare dieptewerking opleveren
- Het lijnenspel van de schuin oplopende delen
Het is verder ook geen voor zijn omgeving afgesloten gebouw: met de grote glazen pui aan de voorgevelzijde (maar overdekt wegens zuidzijde) wordt het deels een transparant gebouw dat een deel van zijn activiteit laat aflezen aan de buitenzijde.
Enkele planitem Het gebouw is omwille van zijn specifieke functies tweeledig: enerzijds het dagcentrum en anderzijds het verblijfstehuis. Ze zijn duidelijk van elkaar gescheiden, alhoewel circulatiegangen planmatig in elkaar overlopen er er een visueel doorzicht vanuit de gang van de leefunits naar het dagcentrum is door een dubbele beglaasde deur.
Er is een dualiteit tussen uitzicht en bezonning die tot keuzes noopt: het zuiden (zon en licht) ligt aan de straatzijde, terwijl de rust en het weidse uitzicht aan de achterzijde liggen. Er is voor gekozen om de leefunits en de ateliers van het dagcentrum, m.a.w. de plaatsen waar de gasten het meest verblijven, te richten op het achterliggende landschap en de rust. Door raampjes in het verhoogde deel van het gebouw aan te brengen kan er toch rechtstreeks zon in de leefruimtes worden toegelaten en wordt de noordelijke orïentatie deels omzeilt.
In de donkerste zone van het gebouw, het middendeel van het dagcentrum, worden puur technisch- functionele ruimtes ondergebracht: wasplaats, sanitair, berging.
De verhoogde delen in het gebouw, vnl. ateliers en leefruimtes van de leefunits, zijn ook functioneel: de hoge delen worden voorzien van een verlaagd plafond waarin allerlei verdeelleidingen kunnen worden weggewerkt.
Burelen/personeelslokalen zijn gelegen aan de voorzijde maar worden, net als de gang naar de leefunits, afgeschermd van overmatige zonne-inval door de oversteek.
De individuele kamers van de gasten zijn, waar mogelijk gekoppeld aan een gemeenschappelijke badkamer per twee kamers, volledig rolstoeltoegankelijk.
|